‘ Regilio is altijd te laat, maar ja welke Surinamer niet?’
‘ 1+1? Vraag dat maar niet aan die Belg.’
‘ Ey Chinees maak even mijn wiskunde huiswerk, jullie zijn toch zo goed in rekenen.’
‘ Kees hoef je echt niet om een snoepje te vragen, hij is en blijft een gierige Nederlander’
‘ Mohammed zal het wel gestolen hebben.’
Dit zijn enkele voorbeelden van vooroordelen. Een vooroordeel is een mening over iemand of over een groep die bij nader inzien niet waar of maar gedeeltelijk waar is. Vooroordelen kunnen grappig zijn, maar ze zijn vaak schadelijk en vernederend. Ze ontstaan vaak door onbekendheid of door angst voor het onbekende. Mensen doen geen moeite om uit te zoeken hoe het precies zit. Ze nemen klakkeloos de mening van anderen over.
Bijna alle mensen hebben vooroordelen over andere mensen.
Het hebben van vooroordelen kan zowel een positief als negatief zijn. Het is positief in die zin dat het je helpt om alle informatie die je krijgt in hokjes op te slaan in je geheugen. Daarom wordt aan een groep vaak een kenmerk gekoppeld. Het is negatief wanneer je iemand niet als een individu ziet, maar als een groep en diegene daarom anders gaat behandelen.
Vaak zijn vooroordelen negatief. Ze komen niet overeen met de werkelijkheid en kunnen leiden tot discriminatie. Je kunt het gevoel krijgen dat je niet worden geaccepteerd. Door de vooroordelen krijg je ook niet de kans om het tegendeel te bewijzen. Je kunt niet laten zien wie je werkelijk bent.
Het is lastig om van je vooroordelen af te komen, maar onmogelijk is het niet. Je kunt proberen om je open te stellen voor iemand zonder bij voorbaat al een oordeel te vellen. Door vragen te stellen kan je controleren of de ideeën die je over andere mensen hebt wel kloppen. Zo zou je bijvoorbeeld Regilio kunnen vragen waarom hij te laat is en Kees wel om een snoepje vragen.
Je zult verbaasd zijn als je merkt hoeveel van je eigen vooroordelen niet blijken te kloppen!