Tussen hoofddoek en hockeystick

Tussen hoofddoek en hockeystick

4 januari 2009

Safira: ‘Ik moet leren omgaan met de kloof tussen de regels thuis en de regels buiten’. Foto Dolf Cantrijn
Safira werd op haar 14e van school getrapt. Drie jaar later is de jonge Marokkaanse (17) op weg naar de universiteit.
VER WEG,in het land van haar ouders, leerde ze de levensles: ‘Achter de cultuurkloof moet je je niet verschuilen.
Daar moet je mee leren omgaan’. “Ik was 14. Opstandig”, zegt Safira. “Mijn vrienden mochten heel veel. Zomaar naar buiten gaan. Leuke kleren dragen. Ik mocht dat niet. Ik begon me te verzetten. Raakte in de problemen. Op school en thuis. Ik begon mee te jatten met een vriendin. Toen ik gepakt werd, durfde ik niet naar huis. Bang voor de reactie van mijn broers en mijn vader. Ik ging naar een goede vriendin.

“Na een paar dagen ben ik weer naar huis gegaan. Toen vond mijn moeder gestolen kleren in mijn kamer. Ik dook onder. Mijn ouders waren zo ongerust, dat ze me als vermist opgaven bij de politie. Mijn moeder zat met mijn foto in haar handen op het treinstation. Mijn vriendinnen zeiden: ‘Kom tevoorschijn, je moeder is hartstikke overstuur’.

“Ik was in die tijd al van school verwijderd. Na een diefstal. Ik werd ook van de reboundopleiding getrapt. Ik dacht: dit is niet goed. Toch maakte ik mijn schoolwerk niet. Ik was ongelukkig. We gingen op vakantie, mijn vader en ik. Naar Marrakech. We hebben er familie en een huis. Mijn tante vroeg: ‘wil je blijven?’ Ik wilde dat wel. Mijn ouders wilden mij sowieso in Marokko laten, bleek later. Vrienden hadden mij daarvoor gewaarschuwd. Maar nu wilde ik zelf. Omdat het niet langer ging.”

Safira blijft niet bij haar tante. Ze wordt naar een vriendin van haar moeder gestuurd. Khadija Oudkhoul was jarenlang welzijnswerkster in Nederland. Ze woont sinds drie jaar met man en kind in Guelmim, in het zuiden van Marokko, en runt er het reisbureau Guelmim Reizen. Ze volgt de Nederlandse actualiteit op de voet en is bezorgd over de problemen met Marokkaanse jongeren. Ze wil iets doen.

Khadija Oudkhoul: “Er is geen excuus je te misdragen zoals sommige Marokkaanse jongeren in Nederland doen. Cultuurkloof? Je hebt altijd de keus er wat van te maken. Als Marokkaanse moslima heb ik mijn kansen ook benut. In Nederland. En in Marokko. Mijn geloof, mijn cultuur en mijn ongeletterde ouders hebben mij nooit in de weg gestaan. Laat de jongeren maar hier komen, om te zien hoeveel kansen op een goede toekomst in Nederland ze verknallen. Laat ze praten met de jeugd van hier, jongeren die dromen van een levensgevaarlijke tocht in een gammele boot naar Europa. Op de markt een kar duwen voor een paar dirham, niet om te sparen voor een mobieltje, maar om aan je ouders te geven.”

Safira kende Guelmim niet. “Ik was er wel positief over. Ik kwam terecht bij Khadija’s zus Sara en haar familie. Ik vond het gelijk leuk. Het verschil tussen Marokko en Nederland is natuurlijk wel erg groot. De mensen waren aardig. Maar Khadija had allerlei regels. Geen mobiele telefoon, geen make- up, om de twee dagen naar buiten, eenmaal per week een uur op internet, geen blote kleren. Dat vond ik niet leuk.

“Ik ging naar school. Omdat mijn Arabisch niet goed is, zat ik bij kleine kinderen in de klas. Achteraf vond ik de school niet super. Buiten school was ik vooral bij de familie van Khadija en Sara. Soms maakten we uitstapjes of waren er feesten. In de herfstvakantie kwam mijn familie naar Marrakech. Het was moeilijk daarna terug te gaan naar Guelmim. Ik werd er opstandig van.

“Het besef dat ik verkeerd bezig was, kwam vrij snel. Ik leerde meer over ons geloof. Dat maakte me rustig. Ik kon ook goed met Khadija praten, al had ik moeite met haar regeltjes.”

Khadija: “Ik weet wat het is een jonge Marokkaanse vrouw in Nederland te zijn.”

“Nederlandse mensen willen je ook helpen, maar ze zijn anders”, zegt Safira. “Een Marokkaanse begrijpt je cultuur, de conflicten die je thuis hebt. Ze kan je vertellen hoe je ruzies met je ouders kan voorkomen. Hoe je ermee moet omgaan.”

“We zaten soms uren te praten”, verduidelijkt Khadija Oudkhoul. “Haar negatieve gedrag moest doorbroken worden. De omslag zag ik al na drie maanden in Zuid- Marokko. Weg van alle foute invloeden in Nederland. Toen kwam ze zelf opbiechten wat ze allemaal fout had gedaan. Tot die tijd was het vooral: ‘Niemand begrijpt mij. Ik wil alleen maar vrijheid. Ik doe toch niemand kwaad?’”

Safira bevestigt: “Ik weet niet precies hoe het kwam dat ik ineens alles opbiechtte. Ik had het gevoel dat het kon.”

Safira blijft een jaar in Zuid- Marokko. Op haar 15e keert ze terug naar Bergen op Zoom. Haar oude middelbare school, de Rijks Scholengemeenschap, geeft haar bij wijze van uitzondering een tweede kans. Haar moeder moest ervoor praten als Brugman. Er waren strenge voorwaarden.

“Ik had geen enkel krediet meer”, legt Safira uit. “Ik kon veel minder flikken dan de rest. Ik was 15 en werd teruggezet in het derde jaar van de mavo. Zonder enig vertrouwen van de docenten. Maar het ging goed. Ik haalde mijn diploma. Mijn moeder kreeg complimenten bij de diploma-uitreiking. Nu zit ik in havo 4 en daarna wil ik vwo doen. Want ik wil naar de universiteit.

“Het is nog steeds niet gemakkelijk. Er zijn de ruzies thuis. Mijn moeder is bang dat ik weer in de fout ga. Ze wil niet dat ik wegga als ik niet iets te doen heb buiten de deur. Ze heeft kritiek op mijn oogmake-up. Ik word daar soms boos om. Dat helpt me niet.

“Ik heb geleerd: als Marokkaanse jonge vrouw moet ik accepteren in wat voor situatie ik zit. Ik moet ermee leren omgaan. Veel Marokkaanse meiden in Nederland zitten met hetzelfde probleem. Ikzelf heb vooral niet-moslimvriendinnen. In mijn generatie is de cultuurkloof veel kleiner dan in die van mijn ouders.

“Ik zit op hockey. Ik heb ook een hoofddoek gedragen toen ik net terug was uit Marokko. Maar die heb ik pas geleden weer afgedaan. Ik ben er nog niet klaar voor. Mijn ouders vinden dat moeilijk. Alle Marokkaanse mensen in onze omgeving praten erover. Maar ik moet het zelf willen. Het zou anders hypocriet zijn.

“Ik denk dat ik vooral in de problemen ben gekomen door de cultuurkloof tussen de regels thuis en de regels buiten. Dat valt niet op te lossen. Daar moet ik mee leren omgaan.

“Dat jaar in Marokko heeft mij goed gedaan. Ik werd teruggeworpen op mezelf in die geïsoleerde omgeving. Er werd naar me geluisterd door iemand die me begreep. Ik begon te begrijpen waarom mijn ouders sommige dingen denken.

“Of ik een jaar kwijt ben? Stel dat ik door was gegaan op de verkeerde weg, waar was ik dan beland? Nu gaat het goed. Ik zit op school, ik werk in de weekenden bij een maaltijdservice en ik zet hennatatoeages. Ik wil naar de universiteit. Op kamers? Dat zal niet gaan. Uit huis gaan, is trouwen. Zo is dat waar ik, waar mijn ouders, vandaan komen.”

Bron: bndestem.nl

Terug naar alle nieuwsberichten

Chat over stoppen met school