ik hartje hij hartje zij
Alle namen zijn verzonnen.
David is een hele goede vriend van me. We kennen elkaar sinds groep 3. Nu heeft hij verkering met Alice. Een meisje uit vwo 6. Ze is alles wat ik niet ben: blond, mooi, intelligent, slank,rijk. David en ik hebben onze vriendschap veranderd. We bellen elkaar niet meer elke avond op en we gaan niet meer uit eten. Pff, ik mis hem ontzettend en soms moet ik
huilen. Dan snij ik in mezelf en wens ik dat ik wat meer op Alice lijk. Ik trek ook aan mijn rotkroeshaar en sla mijn hoofd tegen het bed en de muur. Dan voel ik me een heel stuk rustiger. Ik verdien hem niet. Ik stotter. Ik ben onhandig, lelijk, kortom; een mislukking.
Maar snijden is niet goed. God keurt het af. Ergens in de bijbel staat dat het verboden is om inkervinken in je lijf te maken. Daarom ben ik overgestapt naar elastiekjes. Ik laat die hard terug gaan op mijn huid zodat ik pijn voel, maar het is niet genoeg. Ik wil ook bloed zien. Om schuldgevoelens te verminderen.Ik heb met ketchup mijn slechte ritueelproberen na te bootsen maar dat helpt niet.
van: Mayra (17)
