Naïef?
Weer een nacht en weer kan ik niet slapen, ik sluit mijn ogen. Ik wacht totdat ik eindelijk in slaap val wat weer eens niet gebeurt. Ik begin eraan te wennen. De wallen onder mijn ogen, vermoeidheid tijdens de dag, gapen op de verkeerdste momenten, en elke keer weer eens uitleggen dat je gewoon niet in slaap kan vallen wat je ook probeert. Er is waarschijnlijk een probleem waar jij je druk om maakt zeggen ze dan. Einsteins, vertel mij eens wat nieuws.
Er zijn zoveel dingen waar ik mij druk om maak, sommige die het waard zijn en de anderen die het eigenlijk niet eens waard zijn om over te zitten stressen. Het put me uit, weet meestal niet eens wat ik eraan zou moeten doen. Tobben, elke dag om de onzinnigste dingen. Mijn studie, mijn toekomst.
Ik denk er zelfs over na of mijn toekomst wel in Nederland is, nog steeds ben ik er niet uit. Wat als mijn toekomst niet hier is? Wat als er een mooier leven op me wacht, ergens anders, ver weg? Ik heb er over nagedacht om mijn biezen te pakken en weg te wezen. Alles wat ik in de laatste jaren heb meegemaakt achter me latend, een nieuw leven oppakken. Zou dat zo verkeerd zijn? Mensen waar ik het mee over heb gehad zeggen dat vluchten niet de oplossing is. Gelukkig laat ik me niet door en door kennen, aan wie dan ook. Vluchten? Daar doe ik niet aan, dat heb ik ook nooit gedaan. Een mens kan veel hebben, meer dan ze denken. Pijn verdriet en zelfs geluk. Dat stukje geluk laat nog op zich wachten. Het zal vast wel eens een keer langskomen, ik zeg niet het zal komen en blijven. Eerlijk gezegd geloof ik niet meer in dingen die oneindig zijn. Alles heeft een einde. Of het nou een mooie gelukzalige eind heeft, of een bittere en pijnlijke. Je wordt alleen geboren, en je zult alleen sterven. Dat is wat ooit iemand tegen me heeft gezegd. Veel indruk op me gemaakt destijds. Hoe cru het ook klinkt, het is waar. Ik heb ooit mijzelf beloofd om mezelf niet meer voor de gek te houden, niet te geloven in beloftes. Alles zelf proberen te doen, misschien eens een keertje een helpende hand vragen. Maar niet meer dan een klein beetje. Mezelf beloofd om er voor te zorgen dat niemand mij pijn zou kunnen doen. Dat heb ik een tijdje volgehouden. Tot nu.
Ik voel na een lange periode weer vlinders in mijn buik. Maar dan wel op een hele verkeerde manier. Meer een misselijkmakende gevoel in plaats van blijheid. Ik voel me eigenlijk best wel gelukkig, ik heb een dak boven mijn hoofd, een familie die om me geeft, vrienden om me heen. Al zijn het er niet veel, ik ben blij dat ik ze heb. Ik voel me verliefd, op een persoon waar ik van vind dat hij het dubbel en dwars waard is. Ik geef om hem, meer dan om wie dan ook ik tot nu toe heb gegeven. Hij is het soort persoon die je maar 1 keer in je leven tegenkomt, maar toch alles verkeerd gaat. In de zin van : niet zoals ik het zou willen. Het begon 4 maanden geleden, door 1 onzinnige mail. Ik ben lid op een jongerenforum, waar ik in tijden van verveling hier en daar op reageer. Meestal dingen die niet serieus zijn bedoeld. Iets waar ik goed in ben, niet serieus zijn, en gek doen zoveel ik maar kan. We begonnen dagelijks te mailen, na een tijdje ook te sms’en. Werd tijd om eens in het echt af te spreken, ook een voordeel dat hij niet te ver weg woonde. We zagen elkaar, we lachten wat en hadden een hele leuke tijd. Zo leuk dat hij me de volgende dag weer wou zien. Zo gezegd zo gedaan. Nog leuker dan de eerste afspraak. Afspraakjes volgden steeds meer, meer en meer spraken we elkaar, zagen we elkaar en hoorden we van elkaar. Alles leek perfect. De juiste portie humor, serieus wanneer het nodig was. Ik werd verliefder en nog gekker op hem dan dat ik al was.
Tot 3 maanden geleden. Hij isoleerde zich. We spraken elkaar minder en minder, zagen elkaar nauwelijks. Ik kreeg 1 smsje in de 2/3 weken van hem. Waarheid kwam naar boven, ik begon er steeds meer in te geloven.Telkens als ik vroeg wat zijn probleem was, of ik iets verkeerds had gedaan negeerde hij het. Geen zin in een discussie noemde hij het. een week geleden vroeg ik het weer, hij had geen tijd voor een discussie, noch zin. Hij had de hele dag gewerkt en wou slapen. Zoals je wilt, net als altijd was mijn antwoord, wetende en voelende dat er geen volgende discussie zou komen. Het deed me pijn, maar wat kon ik anders. Ik keek 3 uur later op het forum rond. De jongen die zo moe was van het werken, was er nog steeds actief. Het leek een messteek. Ik belde hem, hij nam niet op. Ik wou weten wat er gaande was, maar schoot geen meter op. Ik ging liggen in bed, was vn plan om een smsje te sturen. Ik schreef wat mij dwars zat, en dat ik me zorgen maakte om hem en om mezelf, het kon zo niet langer doorgaan. Ik verstuurde hem, huilend en snikkend, hopend op een antwoord. Omdat ik van je hou waren mijn laatste woorden. Zijn telefoon stond uit, smorgens kreeg ik een ontvangstbericht, maar geen antwoord van hem. Ik wachtte, in stress, tobbend waaromhij zo afstandelijk deed. Niks, 16 uur lang niks. Ik moest mijn nichtje thuis afzetten en stapte in de auto met mijn nichtje naast me. Na 10 minuten gereden te hebben merkte ik dat ik mijn rijbewijs niet bij me had en stelde voor om terug te rijden. Ongelukken gebeuren zei ik. Onderweg, 300 meter voor de eindhalte… 2 koplampen die branden in mijn ogen, getoeter, en ik niet wetend wat ik moet doen. Een harde knal, mijn auto die 360 graden omdraaide midden op de weg. Een botsing. Eerste wat ik deed, mijn nichtje beschermen. Ik? Ik interesseerde mezelf niet. 10 centimeter verder gereden, en de andere bestuurder had op mijn schoot gezeten met zijn stuur nog in zijn handen.
Nadat alles geregeld was, en ik nog steeds in shock, reed mijn vader me weer naar huis. Enige wat ik wou was troost, van hem. Zijn troostende stem, zijn verdwaalde humor dat niks te maken had met het gesprek, en het glimlach die hij hoe dan ook op mijn gezicht kon toveren. Mijn intentie was om hem duidelijk te maken dat et leven kort was, en in elk hoekje ongeluk zich schuil hield. Dat ik dankbaar was voor de dagen die ik met hem had gehad, hoe bitter het ook eindigde. Maar hij nam niet op. Ik stuurde hem een smsje dat ik een ongeluk had gehad, en dat ik hem 1 minuut wou spreken. Bel je ouders was zijn smsje. En toen had hij zijn telefoon weer uitgzet. Zijn laatste woorden, mijn laatste tranen. Het leven is hard, harder dan men denkt. Het doet pijn, niet zozeer dat er geen toekomst met hem is. Alleen dat de woorden : ik zal er altijd voor je zijn niks meer voor mij betekend. Weggevaagd, weggespoeld met een hogedrukreiniger. Net als graffiti dat als vuil wordt gezien op de muren. Ben ik naïef, zag ik het niet aankomen?
Ik wist het, maar negeerde het. Zonder vallen leer je niet lopen, maar ik heb teveel verwondingen om zelfs te proberen om op te staan. Laat me liggen, en kom vooral niet aan me. Het gaat me uiteindelijk weer lukken om op te staan. Net als de voorgaande keren. Het zal me lukken, en weer zal ik sterker zijn dan eerst.
van: LifeIsn'tFare (20)
