

Faalangst de angst om te falen. Je bent bang dat ondanks een goede voorbereiding er een mislukking volgt. Eigenlijk is er ook al angst vooraf. ‘Het zal wel niet gaan lukken, ik krijg vast een black-out’, zijn gedachten die lang tevoren al meespelen.
Faalangst heb je alleen als het gaat om een bepaalde ‘taak’, iets wat van je wordt verwacht. En ook een ‘taak’ waar een beoordeling volgt. Voorbeelden: rijexamen, een proefwerk op school, spreekbeurt, een sportwedstrijd maar ook het stellen van een vraag in de les aan de leraar. Door de angst presteer je vaak minder dan mogelijk, onder je niveau. Of zijn de dagen/uren voorafgaand aan de ‘taak’ vreselijk.
Faalangst kan ontstaan in een omgeving waar er veel wordt gekeken naar presteren, er weinig complimenten worden gegeven en weinig aandacht is voor wat je er voor doet.
Je ouders stellen hoge eisen. Zij verwachten van jou bewust of onbewust dat je op bepaalde gebieden het goed doet, bv school en sporten.
Op je school of werk wordt er veel van verwacht of heb je het idee dat er veel van je wordt verwacht. Je hebt idee dat je voortdurend moet presteren en beoordeeld wordt.
Ongeveer een kwart van alle jongeren die examen doen hebben examenvrees, een vorm van faalangst.
Faalangst kan er voor zorgen dat je negatief over jezelf denkt. Je let altijd op de dingen die fout zijn gegaan en de goede dingen zie je amper. De gedachte, “dat lukt mij toch niet” speelt vaak in je hoofd. Complimenten gaan aan je voorbij, je hoort ze niet.
Er kunnen ook lichamelijke klachten ontstaan zoals maagkrampen, buikpijn, plotseling hevig zweten, veel naar de wc moeten en hartkloppingen hebben.
Heb je het idee dat je last hebt van faalangst, maak het dan bespreekbaar. Faalangst gaat niet vanzelf over, daar moet je samen iets aan doen.