Iedereen is wel eens bang. Angst zorgt er voor dat je oplet als er gevaar dreigt en zorgt ervoor dat je op je hoede bent. Angst is over het algemeen een naar gevoel.
Je angstig voelen kan op vele momenten voorkomen. Bang zijn in het donker, bang zijn voor nieuwe situaties, bang zijn voor andere mensen en nog veel meer.
Maar je kunt je ook angstig, bang voelen zonder dat er iets angstaanjagends in de buurt is. Je bent bijvoorbeeld bang voor nachtmerries en durft hierdoor niet meer te slapen. Je durft niet meer alleen op straat, omdat je bang bent om in paniek te raken. Of je gaat je stoerder of agressiever gedragen dan dat je eigenlijk wilt.
Angstgevoelens kunnen je hele leven gaan beheersen en ervoor zorgen dat je bepaalde dingen niet meer doet. Je gaat bijvoorbeeld niet meer langs familie en vrienden. Je hebt angst om naar school te gaan of voelt je op angstige momenten prikkelbaar en rusteloos.
Angst ervoor zorgen dat je ’s nachts niet meer goed slaapt. Je kunt last hebben van ademhalingsproblemen, hoofdpijn, maagpijn, snel schrikken of veel huilen. En je kunt problemen krijgen met je te concentreren.
Je kan de neiging hebben angstige situaties te vermijden, uitvluchten verzinnen, smoezen gebruiken om iets niet aan te hoeven gaan. Niet meer alleen durven zijn.
Als je merkt dat deze angstgevoelens niet bij je weg gaan, dan moet je er iets mee doen. Om er achter te komen waar je angst vandaan komt, kun je met iemand praten die er meer over weet. Je kunt hiermee geholpen worden. Loop er daarom niet te lang mee rond.